Fietsen als een Romein

Fietsen als een Romein


Over een tijd kun je fietsen over de Romeinse weg door Boxmeer en Cuijk. Op dit moment wordt uitgezocht waar de Romeinse weg precies heeft gelopen en hoe de fietsroute zal gaan lopen. Ook wordt nagedacht hoe het Romeinse verleden zichtbaar en beleefbaar wordt gemaakt voor alle fietsers. Wordt vervolgd!

[avia_codeblock_placeholder uid="0"]

Maasheggenvlechten

Maasheggenvlechten

Julius Caesar staat bekend als een geweldig veldheer. Sommige historici noemen hem zelfs een tactisch genie. Je zou niet verwachten dat het leger van deze Romeinse keizer zich makkelijk laat stoppen. Toch treffen ze in Gallië een geduchte tegenstander: maasheggen. Julius Caesar schrijft in zijn Bello Gallico vol frustratie dat de Nerviërs (de toenmalige inwoners van België en Zuid-Nederland) ‘jonge bomen [hadden] gekapt en neergebogen, zo dat die aan de zijden nog talrijke takken lieten ontspruiten, en daartussen plantten zij braam- en doornstruiken. Op die wijze vormden deze heiningen bolwerken, alsof ‘t wallen waren, door welke men niet alleen niet binnendringen, maar zelfs met de blik niet doordringen kon.’

Dat de maasheggen legertroepen in hun voortgang belemmeren is een leuke bijkomstigheid, maar niet de reden voor hun aanleg. Al zo’n 5000 jaar zijn ze te vinden op de oevers van de Maasvallei, voornamelijk als afscheiding voor weilanden. Ondoordringbaar voor het vee en voor roofdieren van buitenaf zijn maasheggen eigenlijk een ouderwetse vorm van prikkeldraad. Daarnaast is het ook  handig dat slib dat bij overstromingen in de heggen blijft hangen en zo het land vruchtbaar maakt.

Helaas is een groot deel van de maasheggen in Nederland verdwenen, onder andere door de komst van ons ijzeren prikkeldraad. Gelukkig zijn er in de gemeente Cuijk nog genoeg te vinden! Eens per jaar vindt er in Boxmeer in samenwerking met de gemeente Cuijk zelfs een Nederlands Kampioenschap Maasheggenvlechten plaats. Zo komt er elk jaar weer een stuk maasheg bij! Er strijden meer dan honderd heggenvlechters tegen elkaar om de mooiste en beste heg te vlechten. De winnaars krijgen de Gouden Hiep, een wisseltroffee.

Romeinen in Cuijk

Romeinen in Cuijk

Nadat Julius Caesar Gallia heeft veroverd, zijn de Romeinen enkele decennia later al opgerukt tot voorbij Nijmegen. In deze regio aan de noordgrens van het Romeinse Rijk wordt direct begonnen met de aanleg van heerwegen, die snel transport en troepenverplaatsing mogelijk maken. Op de westoever van de Maas wordt langs Cuijk ook een heerweg aangelegd, wat een groot aantal veranderingen in gang zet. Langs de weg ontstaan nieuwe nederzettingen en de lokale bevolking krijgt via kooplieden toegang tot geïmporteerde goederen als aardewerk en glas. Tot deze ontwikkelingen blijft het echter niet beperkt. Ontdek hoe het leven van de lokale bevolking veranderde en werd beïnvloed door de aanwezigheid van Romeinse soldaten.

Castellum en vicus

In Cuijk heeft in de Romeinse tijd een castellum gestaan. Dit is het Romeinse woord voor een fort. Cuijk ligt op de oever van de Maas aan een buitenbocht, waar in de Romeinse tijd een belangrijk knooppunt ligt. Door dit knooppunt en de mogelijkheid om bij Cuijk de rivier over te steken, is het dorpje van groot strategisch belang. De eerste bewoningsresten die zijn gevonden bij archeologisch onderzoek komen dan ook al uit de eerste eeuw na Christus. Of Cuijk toen al een castellum was, is niet helemaal duidelijk. Wat er toen al wel lag is een vicus, een Romeins dorp. In Cuijk zijn ook de resten gevonden van een badhuis en enkele tempels.

Legionairs 

Het Romeinse leger bestaat uit twee soorten soldaten; legionairs en hulptroepen. Binnen deze twee groepen zijn grote verschillen. De legionairs zijn gelegerd in ‘castra’, grote legerkampen. Mannen met het Romeinse burgerrecht geven zich vaak vrijwillig op om aan hun betaalde dienstplicht te voldoen. De hulptroepen bestaan uit mannen zonder het Romeinse burgerrecht. Zij worden gelegerd in kleine forten – castella – en verdienen minder dan de legionairs. Als ze hun diensttijd van 25 jaar voltooien, krijgen ze het Romeinse burgerrecht voor zichzelf en hun gezin ter beloning. De legionairs ontvangen alleen een geldschenking of een stuk grond. Om de goden gunstig te stemmen bidden de Romeinen iedere dag aan het huisaltaar – het lararium. Hier worden pijpaarden of bronzen beeldjes van de godinnen opgesteld en offers gebracht.

De Romeinse Heerweg
Op de oever van de Maas wordt waarschijnlijk al in de eerste eeuw door Romeinse soldaten een heerweg aangelegd. Deze weg loopt tussen Tongeren en Nijmegen. Die weg maakt op zijn beurt weer onderdeel uit van de langere route van Maastricht (Mosa Trajectum) en Nijmegen (Noviomagus). Eerst wordt de zes meter brede verharde weg gebruikt voor het transport van troepen en materieel. Later doet de heerweg ook dienst als verbindingsweg tusen legerplaatsen, grensforten en andere delen van het Romeinse Rijk. Soldaten, handelaars en de lokale bevolking maken hier dankbaar gebruik van. Zo ontstaan na verloop van tijd plaatsen en kampdorpen zoals Blariacum en Ceuclum, nu bekend als Blerick en Cuijk.

Vanaf het jaar 334 krijgt de heerweg extra betekenis dankzij de aanleg van de brug die bij Cuijk de Maas oversteekt. Hierdoor wordt onder andere snellere troepenverplaatsing mogelijk. Lees hierover het verhaal ‘Een 450 meter lange brug’!

Keizers per spoor

Keizers per spoor

Kedeng, kedeng, kedeng, oehoeeeee!’ Zonder het te weten heeft de zanger van het onofficiële volkslied van Brabant in dit bekende liedje de geluiden van een grote trots van deze provincie vastgelegd. Een trots die tientallen jaren lang de grootste Europese vorsten en hoogwaardigheidsbekleders vervoert. Koningen, tsaren en zelfs keizers rijden door het kleine dorpje Haps. Een dorpje waar Vladimir Poetin, Queen Elizabeth of Angela Merkel nooit zullen komen. Zo rond 1900 was dit nog de normaalste zaak van de wereld.

Door Haps loopt een spoorlijn. Deze lijn is een hele tijd onderdeel geweest van een belangrijke Europese route van Londen naar Sint Petersburg. Het stukje dat vanuit Noord-Brabant de grens oversteekt naar Duitsland is in de volksmond het ‘Duits lijntje’ gaan heten. In 1873 is hij geopend door de Noord-Brabantsch-Duitse Spoorwegmaatschappij (NBDS). Bij Haps wordt meteen een station in gebruik genomen. Dit station doet dienst tot 1944. Helaas is het station bij Haps het enige station op het Duits Lijntje wat is gesloopt. Dit gebeurde in 1991.

Het Duits Lijntje is zoals gezegd niet alleen regionaal een aanwinst, maar ook internationaal. Het lijntje is zo populair dat allerlei belangrijke figuren er gebruik van maken. De koningshuizen van Engeland, Wales, Pruisen en Rusland (de tsaren) zijn allemaal familie van elkaar en hebben een sterke band. Niet voor niets zoeken zij elkaar regelmatig op. Zo reist Wilhelm II, keizer van Duitsland en koning van Pruisen, over het Lijntje naar Engeland om bij zijn oma, koningin Victoria, op bezoek te gaan. Natuurlijk hoeven de hooggeplaatste gasten niet tussen het gepeupel te zitten in de trein. Voor hen zijn speciale rijtuigen beschikbaar, die extra luxe zijn. De NBDS heeft hiervoor een aantal rijtuigen gekocht van de voormalige Nederlandse koninklijke trein. Keizer Wilhelm II doet het nog beter: hij heeft een compleet eigen trein.

Ondanks al deze voorrechten voor hoogheden en majesteiten heeft de lokale bevolking ook nog een stevige vinger in de pap. Dit blijkt uit het verhaal van de Duitse kanselier Bismarck, die vanuit Frankrijk naar Berlijn reist via het Duitse lijntje. Tot zijn verbazing stopt zijn trein plotseling tussen de weilanden van Uden en Mill. Als hij uit het raam kijkt, ziet hij een boer uitstappen. Al gauw wordt duidelijk waarom. De boer heeft voor de aanleg van het Duitse Lijntje land verkocht en daarvoor in ruil geëist dat de trein bij zijn boerderij zou stoppen. Ook als er een hoge pief in de trein zit…

Zie de website voor meer informatie over het Duits Lijntje en download de wandelapp Duits Lijntje, waarmee u een mooie wandeling in het gebied kunt maken!

Een 450 meter lange brug

Een 450 meter lange brug


Al sinds de 18e eeuw gaan er geruchten over een brug in de rivier de Maas bij Cuijk. Vissers halen regelmatig stenen en hout naar boven en de bewoners vinden ook regelmatig wat. Bij de kanalisering van de Maas in de 19e eeuw komt de bedding van de Maas grotendeels bloot te liggen en vindt men munten en tufstenen fundamenten. Daarna raakt de brug een tijd in de vergetelheid. Tot in de jaren ’90 van de vorige eeuw. Dan wordt er voor het eerst echt archeologisch onderzoek gedaan naar de Romeinse brug. Omdat het zicht onder water vrij slecht is, maar zo’n vijftig centimeter tot twee meter, is het heel lastig, maar ook heel spannend om onderzoek te doen. Uiteindelijk lukt het om één pijler te dateren. Door middel van dendrochronologie meten de archeologen dat deze uit het jaar 369 na Christus komt. Dit is tijdens het keizerschap van Valentinianus. Waarschijnlijk is de brug al eerder gebouwd, onder het keizerschap van Constantijn de Grote (307-337) of Constans I (337-350). Dit is lastig te zeggen, omdat verschillende delen van de brug uit verschillende tijden lijken te stammen. Uiteindelijk wordt duidelijk dat de bouw van de brug in drie fases is te verdelen. De eerste is de bouw en de tweede en derde fase zijn grootschalige reparaties. De brug wordt aangelegd van 334 tot 357 na Christus. De tweede fase en dus de eerste grote reparatie is ten tijde van de gedateerde pijler, in het voorjaar van 369 na Christus. De laatste grote onderhoudsbeurt is te dateren tussen 387 tot 398 na Christus.

Al die tijd, men denkt tot ergens in de vijfde eeuw, gebruiken de Romeinen de brug om hun troepen te verplaatsen. Die zijn immers gelegerd in het fort Ceuclum. Als de Romeinen vertrekken, stopt waarschijnlijk het onderhoud van de brug. Toch valt niet uit te sluiten dat de brug nog tot in de vroege middeleeuwen is gebruikt. Misschien hebben ze toen ook nog wel kleine herstelwerkzaamheden gedaan. Zo’n grote brug moet immers heel handig zijn geweest om even snel de Maas over te steken! Toch is de brug daarna vervallen en onder water verdwenen. Om vervolgens ruim 1500 jaar later weer gevonden te worden… En nog steeds is iedereen onder de indruk van deze gigantische brug!

Langs de Bataafse rivier

Langs de Bataafse rivier

Door ons land loopt een waterweg die ooit bekend stond als Bataafse rivier. Het was de naam die de Romeinen aan de Maas gaven, naar de stam der Bataven die er toen woonde. Het is maar een van de fascinerende verhalen die aan het gebied van Cuijk en Boxmeer kleven.

Beide zijn prachtige gemeenten aan de oever van de Maas, met mooie dorpen, kerken en huizen, omringd door een uniek landschap. Het gebied is rijk aan historie, vaak zichtbaar in wegen en gebouwen, soms onzichtbaar onder de grond waar sporen verborgen liggen van de eerste bewoners. Het is een streek rijk aan verhalen, sommige te mooi om waar te zijn, maar altijd waard om te beluisteren.

Langs de Bataafse rivier neemt u mee langs de mooiste en historisch meest waardevolle plekken van Cuijk en Boxmeer. U loopt in de voetsporen van de Romeinen, voelt de rust van middeleeuwse kerken en kloosters, en waant zich tussen de 18e-eeuwse zilversmeden. Het maakt dat wij als bezoekers het verleden niet alleen beter leren begrijpen maar ook echt kunnen beleven.

Het boekje is verkrijgbaar voor maar €3,- bij de Toeristische Ontmoetingspunten in de gemeentes Cuijk en Boxmeer en bij verschillende musea en bezienswaardigheden.

Meer Boxmeerse verhalen bekijken?

Ga dan naar de website HistoryBox Boxmeer of volg het op facebook en twitter.