Maasheggenvlechten

Julius Caesar staat bekend als een geweldig veldheer. Sommige historici noemen hem zelfs een tactisch genie. Je zou niet verwachten dat het leger van deze Romeinse keizer zich makkelijk laat stoppen. Toch treffen ze in Gallië een geduchte tegenstander: maasheggen. Julius Caesar schrijft in zijn Bello Gallico vol frustratie dat de Nerviërs (de toenmalige inwoners van België en Zuid-Nederland) ‘jonge bomen [hadden] gekapt en neergebogen, zo dat die aan de zijden nog talrijke takken lieten ontspruiten, en daartussen plantten zij braam- en doornstruiken. Op die wijze vormden deze heiningen bolwerken, alsof ‘t wallen waren, door welke men niet alleen niet binnendringen, maar zelfs met de blik niet doordringen kon.’

Dat de maasheggen legertroepen in hun voortgang belemmeren is een leuke bijkomstigheid, maar niet de reden voor hun aanleg. Al zo’n 5000 jaar zijn ze te vinden op de oevers van de Maasvallei, voornamelijk als afscheiding voor weilanden. Ondoordringbaar voor het vee en voor roofdieren van buitenaf zijn maasheggen eigenlijk een ouderwetse vorm van prikkeldraad. Daarnaast is het ook  handig dat slib dat bij overstromingen in de heggen blijft hangen en zo het land vruchtbaar maakt.

Helaas is een groot deel van de maasheggen in Nederland verdwenen, onder andere door de komst van ons ijzeren prikkeldraad. Gelukkig zijn er in de gemeente Cuijk nog genoeg te vinden! Eens per jaar vindt er in Boxmeer in samenwerking met de gemeente Cuijk zelfs een Nederlands Kampioenschap Maasheggenvlechten plaats. Zo komt er elk jaar weer een stuk maasheg bij! Er strijden meer dan honderd heggenvlechters tegen elkaar om de mooiste en beste heg te vlechten. De winnaars krijgen de Gouden Hiep, een wisseltroffee.